il6 COENRAAD VAN BEUNINGEN
sterdam bood hem gelegenheid zijn roeping te volgen: in 1669
benoemde het hem tot burgemeester.
#
Zeven en veertig jaar oud was Coenraad van Beuningen, toen hij, zij het na enige strubbelingen, benoemd werd tot Burgemeester van zijn vaderstad. Zijn schitterende carrière als diplomaat in buitengewonen dienst had hem in zijn vaderland, maar ook ver daarbuiten, grote vermaardheid doen verwerven. Telg uit een rijk koopmansgeslacht, had hij door gelukkige speculaties, geleid door zijn scherp inzicht in de ontwikkeling der politieke verhoudingen, zoveel rijkdommen gevoegd bij die, welke hij reeds bezat, dat men hem een der rijkste mensen van zijn tijd mocht noemen. Zijn deftig huis aan den Amstel, tussen Keizersgracht en Herengracht, met zijn breden gevel en royale versieringen, spreekt nog in onze dagen van den welstand der vroegere bewoners.
Vijanden had Coenraad van Beuningen in groten getale, zoals ieder mens vijanden verwerft, wanneer hij moedig door het leven gaat en onverzettelijk naar een ver liggend doel streeft — maar ook vrienden telde van Beuningen, machtige vrienden, zoals de Witt, politieke vrienden, zoals burgemeester Valckenier, die in stilte den invloed van Coenraad van Beuningen weieens vreesde, maar voor het oog van de wereld zijn grote bekwaamheden eerde door aan te dringen op zijn benoeming tot rechterhand van de Witt, tot staatssecretaris van Buitenlandse Zaken. In het roerige, bedrijvige Amsterdam van het midden van zijn eeuw stond Coenraad van Beuningen als een der stedelijke leiders, die ver in de toekomst trachtten te blikken. Hij wierp zich met de volle kracht van zijn begaafde persoonlijkheid op het economische probleem van de stad, dat hij in de eerste plaats zag als een vraag van geld. Zijn gehele afkomst, het milieu, waarin hij verkeerde en de afspiegeling van de economische op