il6 COENRAAD VAN BEUNINGEN
vattingen van zijn tijd, deden hem het geld zien als den grondslag van de welvaart des lands. Op de vergroting van dezen rijkdom, de versterking van de handelsbalans, was zijn werk als burgemeester gericht. Bij dit krachtige economische beleid dreef hem de gedachte, dat met wapenen alleen een oorlog niet gevoerd en zeker niet gewonnen kan worden, maar dat de economische kracht des lands in de jaren voor het uitbreken van den krijg, vele latere veldslagen voorkomt. En de oorlog met Frankrijk was onvermijdelijk. Het optreden der Fransen in Lotharingen en elders, deed de scherp-ziende Hollandse kooplieden van die dagen zeer wel begrijpen, dat de botsing met den groten buur uit het Zuiden kornen moest, al waren er, die aanvankelijk het belang van Engeland bij de handhaving van een zelfstandigen beheerser van de Rijnmonding hoger taxeerden dan later in de practijk bleek; Coenraad van Beuningen behoorde tot deze laatsten.
Het jaar 1672 bracht de lang gevreesde ramp tot vlak in de nabijheid der Amsterdamse grenzen. Op 7 April 1672 verklaarden de koningen van Frankrijk en Engeland den oorlog. Het gevaar uit het Zuiden kwam met snelle schreden nader. Anderhalve maand later, op 18 Mei volgden de oorlogsverklaringen van den keurvorst van Keulen en van den Bisschop van Münster. Nu dreigde het gevaar ook uit het Oosten. En van overzee kwam de Engelse vloot opzetten en dreigde het land af te snijden van de koloniën. Een grote radeloze angst beving het volk. Van alle kanten bedreigd stortte zijn innerlijke weerstand ineen; alleen in Amsterdam, dat juist door de strategische posities van den oorlog in het laatste hoekje van het slagveld lag, hield men de hoofden koel en de harten hoog. Reeds in de laatste maanden van 1671 had men, het gevaar vrezende, maatregelen genomen, die de stad en haar bezittingen zouden kunnen beveiligen. Men had de grachten in staat van verdediging gebracht, de vestingwerken, die niet geheel gereed waren, met groter spoed uitgevoerd. Men