il6 COENRAAD VAN BEUNINGEN
machten te neutraliseren, tegen welke hij gewaarschuwd had. Terwijl hij in Parijs vocht voor de belangen van de koopstad, gaf hij in zijn rapporten een zo voorzichtige voorstelling van zijn beleid, dat zijn positie in het vaderland geen gevaar kon lopen. Hij was hard als het kon, plooibaar als het moest; sluw en berekenend, maar soms weer van een allen veroverende openhartigheid. Langzamerhand groeide echter in hem de overtuiging, dat de vijandige gezindheid, die Frankrijk jegens de Nederlanden aan den dag legde, de uiterste waakzaamheid gebood. Waarschijnlijk was het deze zekerheid, die hem dwong in 1668 naar zijn vaderland terug te keren om het voor te bereiden op den zwaar-sten strijd, dien hij zag komen.
In de Staten-Generaal gaf de uit Frankrijk teruggekeerde Buitengewone Gezant Coenraad van Beuningen een uiteenzetting van zijn opvattingen, verwachtingen en wensen. Wij kunnen ons thans met grote levendigheid voorstellen hoe dit betoog den leden van de Staten-Generaal moet hebben geboeid; hij was immers een begenadigd redenaar, hoe sterk moet de liefde voor zijn vaderstad hebben gegloeid in de redevoering, die hij uitsprak, nu hij, van zijn zending in het vaderland teruggekeerd, bevrijd van de zorg voor de voorzichtigheid, die zijn diplomatieke positie hem eertijds gebood, vrijuit kon zeggen, dat de toekomst hem benauwde. Deze redevoering deed den naam van Coenraad van Beuningen in Holland schitteren met zo feilen glans, dat de stralen van den gloed doordrongen tot Frankrijk, waar men thans bemerkte, welk een gevaarlijk tegenstander hij was: de laster, dien men over hem uitstortte, bewees hoezeer men hem vreesde.
Het oude heimwee naar de eenzaamheid moet hem in die dagen sterker hebben gekweld dan ooit, maar bevrediging vond het niet meer.
Coenraad van Beuningen had zijn roeping gevonden: hij zou Amsterdam bewaren voor den heerszucht der Fransen. En Am