V
COENRAAD VAN BEUNINGEN
DE HOLLANDSE RENAISSANCE
P de weinige portretten, die er van hem bekend zijn, staat hij afgebeeld als een rijzige man met wonderlijke sterk־lichtendeogen;om de volle lippen zweeft een spottende glimlach, een tikje cynisch schijnt hij; de nerveuse spitse vingers rusten in gedwongen onbewegelijkheid op de heup. Als het niet ware om de merkwaardige ogen, die uw aandacht vingen en vasthouden, dan zoudt ge dit portret met slechts matige belangstelling voorbijgaan, zoals ge in het museum zoveel regentenstukken passeert; ge ziet een aantal blozende mannen in zelfbewuste houdingen en dat is alles.... maar het zijn de ogen op dit portret, ze houden u vast! Ge kijkt aandachtiger en het lichaam van dezen afgebeelden, ogenschijnlijk zo ongedwongen-rustig poserend voor den geduldig werkenden schilder, schijnt opeens vol van trillend leven. Een mens vol innerlijke spanningen moet dit geweest zijn.
Kijkt ge den man op het portret in het eene oog, dan vormt uw geest de karakteristiek van het waargenomene: moedig, onverschrokken, vasthoudend, meedogenloos! Kijkt ge hem in het andere, dan is het alsof de man op het linnen, weke feminine trekken krijgt. ,,Een wispelturige, nerveuse, ijdele vrouw" denkt ge. Het is het portret van Coenraad van Beuningen, dat ge ziet; de vreemdste persoonlijkheid, die ooit eerste burger van Amsterdam geweest is; een man geboren in de zeventiende eeuw, maar reeds gevangen door de nerveuse haast van een veel later ge
O