WILLEM BACKER iOi
daverden ver in het rond, maar het Amsterdam dier jaren kende dit gerucht en was er mee vertrouwd. Het werk vlotte niet te best, zodat een tweede hei werd bijgezet. En in het voorjaar besloot men de houten blokken door metaal te vervangen, waardoor het gewicht tot 1400 pond vermeerderde en thans in totaal 140 man dag in dag uit hiermee werkzaam waren. Eindelijk op 6 Juni 1647 werd de laatste paal geslagen. Naar oud gebruik was er ,,een menighte van burgerskinderen soo groot als kleyn, die tot gedachtenisse aen de hey trokken." Het was aardig om er zich later op te beroemen en dus het fooitje aan den heibaas wel waard.
Op 20 Juni 1647 werd de eerste steen gelegd, grote dag voor de torenbouwers, voor Burgemeester Backer niet het minst. Zijn enige zoon, de toen 14-jarige Cornelis, verrichtte de plechtigheid en de trotse vader zag daarin een symbool. Maar het oude noch het jongere geslacht zou de illusie verwezenlijkt zien. Wel werd kort na den vrede van Munster op 14 Mei 1648 het herstelde kerkgebouw in gebruik genomen, waarbij de predikant Frederik Keslerus in zijn eerste woord van den kansel dus van een dubbele rede tot dankbaarheid mocht gewagen, maar spoedig daarna werd het werk aan den bouw van den toren stil gelegd. Men was tot halve hoogte van het kerkgebouw gevorderd, toen:
De wijze magistraat, om d'eendragt niet te storen,
Sloot in de kerk de vree en uit de kerk de toren.
Verschillende overwegingen gaven daarbij den doorslag. Zuinigheid allereerst. Zij die het onverantwoordelijk achtten twee zo kostbare bouwwerken uit te voeren, kregen steun van hen, die een spoedige voltooiing van het nieuw stadhuis belangrijker beschouwden dan den bouw van den toren, welke tenslotte een twijfelachtige luxe was. Anderen betwijfelden of het aspect van den Dam, het Amsterdamse Forum, door een zo hogen toren naast het