IOO WILLEM BACKER
spraak kregen lagere college's bevoegdheid, zo voor kleine zaken, geschillen, huwelijksaangelegenheden. Als opperkerkvoogden hadden Burgemeesters tenslotte ook invloed en macht in Kerkelijke aangelegenheden.
Aldus werd Amsterdam bijna vier eeuwen lang geregeerd, een stelsel dat den grootsten tijd ook heeft gestrekt tot zegen der stad. Want deze oppermachtige bestuurders, al waren velen van hen niet in de laatste plaats op eigen voordeel bedacht, hebben hun stad naar best vermogen gediend, vaak met opmerkelijke gaven van geest en hart. Aan hen niet het minst dankt Amsterdam de welvaart en rijkdom, de macht en glorie, welke het veroverde en zo lang behouden mocht. En de Amsterdamse burgerij dacht er niet anders over. Een enkele periode daargelaten, wist zij zich één met haar regering, overtuigd dat haar belangen ten stadhuize werden behartigd, ook al had zij daaraan geen deel. Pas toen het oude regime ten einde nijgde, zijn fouten tot wantoestand hadden geleid, bleken ook de aristocratische regenten, door weeldezucht verslapt, van het volk vervreemd, kwam er wantrouwen en verzet.
De macht der Burgemeesters, hun grote onafhankelijkheid, was vooral ook naar buiten van betekenis. Daardoor immers namen zij een sterke positie in tegen elke macht, die het belang van Amsterdam bedreigde, daardoor konden zij een eigen, doelbewuste politiek voeren, een Amsterdamse politiek, welke zich gelden deed en waarmee werd rekening gehouden tot ver buiten de grenzen, bij het grote politieke spel in Europa. Op den dag dat in Amsterdam het burgemeesterschap zijn oude betekenis verloor, eindigde ook de geheel eigen rol, die Amsterdam in de staatkundige geschiedenis van ons land heeft gespeeld. Toen Amsterdam officieel tot hoofdstad werd verklaard, was
het dit in werkelijkheid niet meer.
#