IOO WILLEM BACKER
Sedert groeide de betekenis van den Indisch en handel, welke Amsterdam tot stapel- en marktplaats maakte der kostbare specerijen uit het Oosten aangevoerd. De Oost- en West-Indische Compagnieën verkregen het monopolie. Haar winsten vloeiden naar groot en klein. Zij gaven duizenden handen werk. De kooplieden van Amsterdam, die snel in macht en aanzien stegen, verlieten de Nieuwebrug, waar zij steeds vergaderd hadden. Voor hen bouwde Hendrick de Keyser de eerste Amsterdamse beurs op den Dam aan het eind van het Rokin, welke in 1630 werd geopend:
Een wandelperk daer Moor met Noorman handeldrijft,
Een kerck daer Jode, Turck en Christen in vergaeren,
En aller taele school, een merckveld aller waeren,
Een borse die all 's werelds borsen stijft.
Niet slechts de handel ontplooide zich, ook nering en bedrijf ging het goed: de laken- en linnen-, satijn- en zijdeweverijen, de scheepsbouw en aanverwante nijverheid, suikerraffinaderijen, waarvan er te Amsterdam ,,omtrent sooveel ghetelt wierden als in 't geheele Christenrijck", de bedrijven van brouwers en jeneverbranders, van vermaarde drukkers als Blaeu en Elsevier. Voor wetenschap en kunst niet minder een tijd van ongekenden bloei. Grote mannen leefden en werkten binnen de stad. Aan het Athenaeum Illustre, in 1632 geopend, doceerden Vossius en Barlaeus. Amsterdam werd door Vondel bezongen, door Rembrandt geschilderd. Hij en Bartholomeus van der Helst portretteerden de regenten, het stadsbeeld inspireerde een Beerstraten, een Aert van der Neer, een Jan van der Heyden, het binnenhuis Pieter de Hooch. Ludolf Backhuyzen, de van der Velde's, zij bewaarden op hun doeken de sfeer van het scheeprijk Y. Met Vondels Gysbrecht werd op 3 Januari 1638 de nieuwe schouwburg aan de Keizersgracht geopend. In de Oude Kerk bespeelden de Sweelincks, vader en zoon, het orgel. Aan het Molenpad