CORNELIS PIETERSZOON HOOFT 90
Het verdrag tussen Amsterdam en Haarlem, dat in 1606 gesloten werd, bezegelde niet alleen de samenwerking tussen beide steden en maakte aldus voorgoed een einde aan een vijandschap, die men zich in onzen tijd tussen twee zozeer op elkander aangewezen steden nauwelijks voorstellen kan — de diepere betekenis van de overeenkomst was, dat Amsterdam bij de behartiging harer stedelijke belangen, het gemeenschappelijke nut met andere steden in het oog vatte.
De grootste stad in deze landen was op weg te worden: hoofdstad des lands.
De les van verdraagzaamheid en eerbied voor het algemeen, die burgemeester Hooft zijn burgers zo menigmaal had ingeprent, was de bevolking niet voorbijgegaan; de stad had die les begrepen en zij zou er voortaan in het verkeer met andere steden profijt van trekken.
#
Van het jaar 1588 tot het jaar 1610 is Cornelis Pieterszoon Hooft achtmaal Burgemeester geweest.
Gedurende zijn regering was het grondgebied van de stad sterk uitgebreid. Niet alleen dat de stedelijke gemeenschap behoefte had gekregen aan een nieuw rasphuis, waar de boeven met straffe hand en lieflijk gemoed van het kwaad werden bekeerd en tot het goed werden gedwongen, maar de nieuwe uitbreiding van den handel, had de beurs doen verrijzen en vele nieuwe huizen. In 1578 was de laatste grote uitbreiding van de stad ondernomen, maar middelerwijl was het getal der inwoners zodanig gegroeid, dat men in 1585 opnieuw op middelen zon om het grondgebied van de stad te vergroten. In het Westen der stad werden de stadspalen verzet, van den Haarlemmerdijk naar de plaats waar thans de Gasthuismolensteeg is en later nog naar de oude Regulierspoort. Toen, juist aan het begin van de nieuwe eeuw, de eerste scheepsladingen metkostbare specerijen uit Indië in Amsterdam arriveer