langs de rijen. De vrouw naast hem. Net zo lang tot ze haar man gevonden heeft. Niemand van het publiek vindt zoiets hinderlijk. Integendeel, waar in de wereld vind je een theater dat zó met de dagelijkse dringende noden van zijn publiek meeleeft? Natuurlijk maakt de humor zich van deze situatie meester. Is er een vrouw, die samen met Hes haar man zoekt. Zit het chazzer met een buurvrouw naast hem in 't donker.
Tsip Tsop verwerft een plaatsje in het spraakgebruik. De architect heeft beslist niet het maximum van comfort gereserveerd voor de bezoekers, die op de goedkoopste plaatsen van de galerij moeten zitten. Als ze willen kunnen ze zonder op te staan, het plafond aanraken. Die hoek heeft een algemeen geaccepteerde bijnaam verworven: het alkoof van Gele Bora. Waarom alkoof? Dat is duidelijk. Waarom juist echter van Gele Bora. Dat weet niemand. Gele Bora is een visvrouw uit de steeg, van de intimiteiten van haar alkoof weet niemand iets, die er legitiem niets van mag weten. Maar de klank en het ritme zijn mooi: het (niet: de) alkoof van Gele Bora. Die naam ligt zo lekker voor op de tong, dat de mensen al spoedig van elke donkere, bedompte woning zeggen:
'Het lijkt wel het alkoof van Gele Bora.'
Ondanks al deze aantrekkelijkheden van zijn theater, zou ome Jozep geen hond achter een hete kachel vandaan kunnen lokken als zijn programma niet het publiek recht in het klantenhart greep. Elke middag en elke avond draait Piet Westendorp in de kabine twee hoofdfilms. Eentje vóór en eentje na de pauze. Omdat de mensen in de pauze echter ook wat te doen moeten hebben, vertoont ome Jozep dan op het toneel een revue-tje. De eigenlijke, de echte pauze, de tien minuten, waarin er op het doek noch op het toneel iets van belang te zien is... die pauze behoort aan ome Sander, die boven het buffet exploiteert. Hij moet
96