gers. De mensen uit de buurt tussen Waag en Weesper-plein zitten die avond gezellig thuis, bij de thee, en de andere nasj. Trouwens, op zaterdagmiddag komt de buurt ook niet graag in de Tsip Tsop.
Zeggen ze:
'Ach, weet u wel, vroom ben ik niet, maar om nou juiste-ment anne Sjabbesmiddag zo open en bloot naar de bioscoop te gaan, nee! Het is niet, dat ik niet gezien wil worden, sjat me wat, maar oi, waarom zal ik vrome mensen anstoss geven.'
De mensen uit de buurt zitten op zaterdagmiddag dus achter een kopje koffie op het Rembrandtplein.
Het aantal mopjes, waarin Tsip Tsop een organische functie vervult, is ontelbaar. Langs de Uilenburgersteeg bezit het theater een vijftal openslaande deuren. Nooduitgangen. De deuren zijn nogal gehorig, en de autochthone bevolking van de steeg is enigszins rumoerig. Op het trottoir tegen die nooduitgangen aan, staan de karren en stallen met negotie in een lange gesloten rij. De kooplui leunen tegen de deuren van Tsip Tsop, terwijl ze hun negotie met veel fantasie en nog meer stemvolume aanprijzen.
Binnen loopt Charles van Biene, de explicateur, langs de rijen bezoekers heen en weer. Hij moet in dialoogvorm de stomme film verstaanbaar maken. Maar hij weet, dat de negocianten buiten, hem door de deuren heen interrumperen. Hij probeert dus zijn volzinnen snel te ejaculeren, precies in de adempauze, die zelfs een koopman met een kar vol peren niet kan ontberen. Meestal lukt het. Soms niet, en dan worden de grapjes geboren. 'Affijn, loopt Van Biene door de zaal en hij zegt: de graaf neemt de jonkvrouw in zijn armen en zegt: liefste, eindelijk zijn we alleen.' Klinkt van buiten: Fijne maagdeperen, zoete maagdeperen... Gisteren houdt Van Biene zijn mond, want de film was juist
94