komst." De brave man schrok heel erg, toen ik hem, ietwat grof, antwoordde: "Ja, en wie de ouderen niet heeft, heeft niet eens de tegenwoordige tijd.'" Hij verweet 'de leegge-rookte marihuanaschlemielen van vijfentwintig jaar' dat zij ongewenst weinig weerstand boden tegen de lokroep van het links-radicalisme. De verjonging van het kader van de PvdA en een conflict in zijn eigen afdeling-Bussum dreven hem in de armen van Jan Berger en Willem Drees jr. Zijn laatste bastion was de Vara-radiorubriek 'Commentaar op het Nieuws', waarmee hij zich, dank zij de toenemend pessimistische toon van het gesprokene ('...en dus is het duidelijk, zeer gewaardeerde luisteraars, dat een Russische kernwapenaanval niet lang meer op zich zal laten wachten, ik wens u smakelijk eten en een goeienavond') de bijnaam 'de kippesoepversjteerder' verwierf. Zijn vertrek bij de socialistische omroepvereniging was eveneens onvermijdelijk. Hij irriteerde 'de jongeren en intellectuelen' te veel, zoals De Nieuwe Linie in een wat ongelukkige poging tot verklaring schreef. 'Je mag ook niets meer tegenwoordig,' zei Sluyser sarcastisch. 'Je mag niet eens meer jongeren en intellectuelen irriteren.' Verder commentaar liet hij achterwege. Hoe verbitterd hij ook was, de Vara had te veel in zijn leven betekend om een openbare rel over te schoppen, waarvan immers — naar hij best wist — alleen De Telegraaf zou profiteren. En De Telegraaf — spreekbuis van 'het amorele poujadisme' en 'het allerkleinste antibelastingbetalers semi-fascisme' — bleef hij onverdund haten, niet merkende dat langzamerhand een flink deel van zijn politieke denkwereld in de richting van de opvattingen van Nederlands grootste dagblad tendeerde.
Sluysers spreekbuizen werden Accent en het Nieuw Israëlitisch Weekblad. Zijn hoofdthema's — Amerika als beschermer van het vrije Westen, de raakpunten tussen bruin en
222