in en werd een der hoofdverantwoordelijken voor de verkiezingsoverwinning van 1956. De PvdA verwierf toen vijftig zetels en behaalde daarmee de grootste triomf uit de geschiedenis van de Nederlandse sociaal-democratie.
Verder dan partijpropagandist heeft Meijer Sluyser het in de PvdA niet gebracht, zijn scherpzinnigheid, kennis en retorische begaafdheid ten spijt. Hij was in aanleg conservatief genoeg voor een politieke carrière, maar helaas, hij was noch corrupt, noch opportunistisch. 'Als ik vind dat op een heel hoge post een doorgewinterde drol in een gouden rand zit, of komt, zég ik dat.' Dus als hij fractieleider Van der Goes van Naters een charlatan vond, dan noemde hij hem Van der Smoes van Flaters. Liefst vijf keer. En het allerliefst in diens aanwezigheid.
Het ongepolijste oordeel over de medemens, rechtvaardig of onrechtvaardig, heeft hij totterdood aangehangen. Han Lammers was voor hem een dwaallicht, dat 'in de zaak Israël duisternis wist te verspreiden waar reeds schemer heerste'. Op de bezwaren uit de linkerhoek tegen Is-raëls buitenlandse politiek reageerde hij met enige botheid: 'Met hoeveel duizenden dode joden is "links" tevreden, voordat ze beginnen te merken, dat Hitier meer navolgers heeft dan goed is voor hun nachtrust?' Hij vroeg optimaal begrip voor zijn door oorlogservaringen gevoede pro-Israël-sentimenten, maar had zelf, als zovele Nederlandse joden, onbegrijpelijk weinig begrip voor het oorlogstrauma van de jongere generatie: het bloedige optreden van de Verenigde Staten jegens de volkeren van IndoChina.
In het generatieconflict, dat bepaald niet aan Meijer Sluyser voorbijging weerde hij zich met ongewone virtuositeit. 'Iemand zei tegen me: "Wie de jeugd heeft heeft de toe-
221