zijner schoolgenoten lazen zelfs reeds, geheel in de geest des tijds, revolutionaire brochures. Sluyser niet. Hij werd niet geënthousiasmeerd door leven en werken van Karl Marx. 'Ik houd me meer bij Karl May. Zij weten alles van winst, ik alles van Winnetou. Maar ik ben dan ook een hopeloos geval.'
De staking van de naaimeisjes bij Herzberger in de Foeliestraat drong Winnetou naar de achtergrond. Alida de Jong, de stakingsleidster, sprak de staaksters toe vanuit een uit zijn sponningen gelicht venster.
Meisjes, één roep slechts vult onze gedachten, daaraan denken wij dag en nacht:'Toont je solidairP
Roept een goedig vrouwtje van driehoog naar haar buurvrouw: 'Toontje Solidair? Wat is dat nou weer voor een goser?'
1Aan zijn naam zou ik zeggen, dat 't niet iemand is uit de jodenhoek.''
De politiek had Sluyser definitief in zijn greep. Maison Waterloo, het vergadercentrum op het Waterlooplein, fungeerde als volksuniversiteit voor hem en andere aankomende politiek geïnteresseerden. Henri Polak gaf er les, Sneevliet, Van den Tempel en Kolthek debatteerden er met elkaar, men trof er tante Jet Roland Holst, men trof er de jonge Willem Drees. En er werd vergaderd tot de schilfers van de voorzittershamer afvlogen.
Een ingezonden stuk:'Tot mijn spijt ben ik verhinderd, want ik heb influenza onder de leden.''
Zegt de voorzitter: 'Beter influenza onder de leden, dan onder het bestuur.'
Op de Nieuwmarkt werd er, onder hevige belangstelling, gedebatteerd tussen christen-socialisten, vrij-socialis-ten, revolutionair-socialisten, anarchisten, vrije-anarchisten, anarcho-syndicalisten, Cortianen, Ligtianen, Kolthekianen, Tolstoianen en Wijnkopianen over de meerwaardetheorie
215