Juffrouw Van Bever blijft op straat. Als we uit het raam naar beneden kijken, zien we haar met drukke gebaren iets uitleggen aan de mensen, nou dan hoeven we niet te raden wat ze vertelt, maar wie heeft die onzin verzonnen om ons huis te versieren en dat draaiorgel te huren?
Ik word naar beneden gestuurd om Appie te halen. Die kan best een half uurtje van zijn stalletje weg, Betje zal wel zolang voor hem de nering waarnemen. Dwars door de feestvreugde loopt Appie naar drie hoog, waar hij ongevraagd vertelt dat Betje en hij goede vrienden zijn, die samen naar de opera gaan en niets meer kunnen begrijpen van hun vroegere doodsvijandschap. Appie weet niet of Betje haar overleden man kan vergeten en hij wil haar voor geen geld van de wereld verdriet doen, dus hij wacht totdat de grote levensmiddelenhal er is. Grote levensmiddelenhal? Ja zeker, grote levensmiddelenhal. Appie en Betje zijn 't wat dat betreft al eens. Hun stalletjes staan naast elkaar en het oude plan van zakenman Appie is nog springlevend, het is geen kwestie van geld, maar van krediet. Nu de leveranciers weten dat vader met zijn miljoenen achter hem staat, kost het geen moeite zo'n levensmiddelenhal in te richten, de betaling komt later wel als er verdiend wordt. Hij heeft een huis gehuurd, waarvan de muren moeten worden doorgebroken en als alles klaar is, gaat hij met Betje trouwen, dan zijn ze in alles compagnons.
Moeder kijkt romantischer dan ooit. Zij vindt dat er in het harde leven toch ook wel mooie dingen zijn, alleen je moet ze weten te vinden. Grootmoeder ziet de toverheks geld weer aan het werk, die van vijanden vrienden maakt. Maar vader schreeuwt dat de mensen die Appie krediet geven met als onderpand miljoenen die niet bestaan, volslagen idioten zijn.
Zegt Appie: 'Geld is vuilnis, maar krediet is vertrouwen en dat is de hoofdzaak.'
173