Nee, het zijn geen twee of drie eilanden, het is er maar één, dat weet Henri du Pont zeker. Jokof zegt met veel nadruk dat Henri een tien met een griffel verdient, omdat hij alles van haver tot klaver heeft bestudeerd.
Zegt grootmoeder: 'Een tien met een griffel, ik begrijp de steek onder water best. Henri wil natuurlijk weten wat hij aan de zaak verdient, waar of niet? En draai er nou maar niet omheen.'
Maar Henri wil geen cent vergoeding hebben, eerst moeten we precies weten wat de papieren waard zijn en dan vertrouwt hij erop dat hij met eerlijke en fussoende-lijke mensen te doen heeft en niet met een stel doortrapte bedriegers. Trouwens Jokof heeft hem over ons de beste informaties gegeven. Er heerst in de kamer een sfeer van ontroerende vertrouwelijkheid, die plotseling eindigt doordat juffrouw Van Bever binnenstuift, opgewonden, omdat haar Jokof bij ons is, zonder dat zij het weet. Wordt zij misschien overal buitengehouden?
Vader kalmeert haar. Alles is in orde. Juffrouw Van Bever begrijpt hem verkeerd en zegt dat ze dus op visite is bij miljonairs. Zegt Jokof: 'Doe asjeblieft gewoon. Als U even rustig kunt blijven, zal Henri verder gaan met zijn les over het eiland.'
Moeder, die op haar romantische gedachten wegdeint, wil weten hoever het varen is. Als ze hoort dat het eiland waarschijnlijk onbewoond is en dat er bossen zijn, zegt ze dat ze voor geen miljoen op zo'n eng stuk grond wil wonen.
Nou ja, onbewoond is eigenlijk het goede woord niet, er wonen wat Indianen in holen. De grond moet er zeer vruchtbaar zijn. Een van de boeken op tafel vermoedt dat er ook delfstoffen worden aangetroffen, goud en zilver en diamanten misschien. Moeder strijkt liefkozend over de gepolitoerde deur van de linnenkast. Ze kijkt naar de vale
162