maar moeder voelt nu eenmaal verplichtingen jegens de slagersvrouw; krijgt ze elke week een mergpijp van haar, ja of nee? Dus gaat ze haar breedvoerig uitleggen dat we helemaal nog niet weten of we straatarm ofwel schatrijk zijn. Het griezelige is dat juffrouw Granaat opeens op een rare manier doof is; ze kan slechts één woord horen, namelijk: miljonair, de rest is gewoonweg langs haar bewustzijn geslipt. Op dat ene woord blijft ze sabbelen, miljonair, miljonair, heeft iemand er wel eens over nagedacht wat we met al dat geld kunnen doen? Nou, zoiets moet ze niet aan moeder vragen, die immers dag en nacht hoofdpijn heeft van het prakkizeren over gordijnen en linnengoed en aflossing van pandjes in de lommerd. Geloof maar gerust dat moeder precies weet hoe ze die miljoenen gaat opmaken. Juffrouw Granaat antwoordt dat het haar gewoonte niet is haar neus in andermans zaken te steken, daarvoor heeft ze teveel innerlijke beschaving, al zegt ze 't zelf. Moeder is een van haar vaste klanten in de winkel en nu we plotseling rijker zijn dan de koningin en de Nederlandse Bank samen, nu denkt juffrouw Granaat: 'Kom, weet je wat ik ga bij juffrouw Beem op visite, misschien wil ze van mij een goede raad aannemen.'
Die goede raad komt erop neer dat geld alleen maar iets waard is, als je er geld mee kunt verdienen, neem nou es uw man, ja uw eigen man, hij kan zijn geld naar de kroegbaas brengen, maar hij kan het ook aan zijn huishouding besteden en dus is de vraag weer: wat doe je met je geld, want daarvan hangt af of het waarde heeft, ja of nee, begrijpt U wel? Moeder begrijpt het, maar ze snapt nog niet waar juffrouw Granaat heen wil. Die begint inmiddels aan een nieuwe bespiegeling. Nu een omtrent de waarde en de betekenis van geld, dat er heus niet is om het zo maar uit te geven, vraag dat maar aan de mensen die werkelijk rijk zijn. Wat doen die schatrijke mensen dan wel, 't is wel te
155