komt, zegt hij: 'We moeten Jokof vragen of die kan uitzoeken wat zulke papieren waard zijn.'
Dat idee heeft vader natuurlijk niet van zichzelf, maar eigenlijk behoort juffrouw Van Bever toch tot ons gezin, dus laten we zo precies maar niet kijken.
's Avonds komt Jokof gewichtig en druk naar de Markensteeg en hij gaat vader uitvragen alsof hij geen boekhouder is, maar iemand van de belasting. Hij schrijft alles op in een groot schrift, want als de papieren goud waard zijn, dan moet er zoveel geregeld worden dat hij alles zwart op wit bij de hand wil hebben. Zelfs grootmoeder komt ervan onder de indruk. Vader haalt de papieren van twee hoog. Jokof zegt dat de ene helft van de woorden Engels is, de andere helft is Spaans of Portugees of Italiaans. Jokof neemt een zo'n papier mee. Een week lang horen we niks van hem. Op een avond verschijnt hij in de steeg met een triomfantelijk gezicht. Hij zal nou maar niet letterlijk voorlezen wat er op een zo'n perkament staat, maar het komt hierop neer dat die tien papieren ons recht geven op een stuk land in Nicaragua, dat driemaal zo groot is als heel Nederland; goeie nacht en welterusten en houdt U zich maar stevig vast, het is de volle waarheid, driemaal zo groot als heel Nederland. Hij sleept een groot boek mee, waaruit hij voorleest hoe warm het in dat Nicaragua is en dat er wilde mensen wonen.
Grootmoeder kijkt vader aan en zegt: 'Hoe komt die moeder van jou... hoe komt die Jans aan die papieren?'
Zegt vader: 'Nogal duidelijk, van haar eigen moeder, van mijn grootmoeder zogezegd, een juffrouw van hop-falderiere met een schatrijke vriend, maar van de doden niets dan goeds.'
Jokof zegt dat die roddelpraatjes hem geen steek kunnen schelen. Wat hij wil weten is: wat doet de grond in Nicaragua per vierkante meter, want dat kan verschil ma-
!53