vent zo'n rood hoofd. Kiftig, kiftig, met geen twee handen te vertellen zo nijdig als die man wordt. Snauwt hij me aan: Zo, hebt U veel van me gehoord? Nou, horen is niks... bewijzen! Ik ben goed voor elk bedrag, onthoud dat goed. Oi, kon ik weten, dat die goosen voor de vierde keer bankroet is en dat de politie zijn boeken niet vertrouwt. Horen is niks... bewijzen. Goed voor elk bedrag? Goed voor elk bedróg zal hij bedoeld hebben. Geen cent was aan hem te verdienen.'
Een goede stoepjee werkt met zijn eigen geheime inlichtingendienst.
Als er een Bar Mitzwah (kerkelijke meerderjarigheid) op komst is, krijgt de stoepjee zijn vertrouwelijke inlichtingen. De dertienjarige jongen, die in de synagoge ten aanhore van de ganse gemeente een hoofdstuk uit het Boek in het Hebreeuws moet reciteren, transpireert bij die plechtige gebeurtenis in een traditioneel costuum. Het is een ouwemannetj espakje. Op zijn hoofd, dat immers niet ongedekt mag zijn, torst hij een rond vilten of castoren hoedje. Het Bar Mitzwah-hoedje. Dat wordt om onnaspeurlijke redenen meestal eerder gekocht dan het cos-tuumpje.
De winkelbediende van 'De Vliegende Pet' op Rapenburg speelt met de stoepjee onder één barmitzwah-hoedje.
'Zeg, die mensen van Venetiaander zijn met hun zoontje in de winkel geweest. Over veertien dagen moet hij laje-nen.'
'Heb je iets tegen ze gezegd?'
'Geen woord. Die mensen doen zo wantrouwend.'
'Goed. Als ik ze wat verkoop, is een gulden voor jou.'
De stoepjee gaat in het kaartsysteem van zijn geheugen rommelen. Venetiaander — Venetiaander, met wie kunnen die bevriend zijn? Eindelijk springt er een naam uit de
121