het Leidseplein doen.'
Zegt het mannetje tussen twee oprispingen in:
'Om U de waarheid te zeggen, heb ik het gedaan bij Americain op het Leidseplein en weet U wat ze toen tegen me hebben gezegd? Dat moet je bij Cohen in de Damstraat doen.'
De kenners weten waar ze voor de speciale dingen moeten zijn. Bij De Haas zijn de broodjes warm kalfsvlees het lekkerst als ze in de vette jus worden gedompeld.
Zegt een klant:
'Juffrouw, wilt U mijn broodje kalfsvlees niet één keer maar twee keer in de zjuu dopen?'
Zegt de blonde winkeljuffrouw:
'U bent geen jehoede, U bent een wederdoper.'
Dienders zijn er om te waken voor de openbare orde, de goede zeden en de veiligheid van de straat. Maar ze gaan wel onder een beperkte bevoegdheid gebukt. Ze zijn ingedeeld in wijken. De hoofdcommissaris wil per se niet, dat ze hun wijk ooit verlaten. Al staat het Paleis op de Dam in lichterlaaie, de smeris van de Nieuwendijk mag er niet naar toe, want de Dam hoort bij de Kalverstraat en order is order. De jongens weten precies waar de geografische grenzen der politionele bevoegdheid liggen. Als ze achter het Panorama zonder zwembroek op z'n hondjes zwemmen, mag wat hun betreft gerust het hele politiecorps op het Roeterseiland opgesteld staan. De Roetersstraat is een andere wijk dan de Muidergracht.
Maar wél in de wijk of niet in de wijk, de verschijning van een politieagent aan de verre horizon wordt altijd van straat tot straat doorgegeven. 'Juuuuuuuuuu... een kóóó-peren helm.'
Zelfs gaat die kreet de nadering vooraf van de twee dienders van het bureau Meyerplein, waarvan beweerd
114