147
TERUGBLIK — AFSCHEID
woordde: „Vrees niet voor den onverhoedschen schrik!”1) Waarmede Mordechai bemoedigd en getroost henenging.
Maar toen de onlusten waren in Palestina, kwamen de kinderen uit de scholen en zeiden — zonder dat iemand hen vroeg, het laatstgeleerde Bijbelvers op te zeggen —: „Moet ik sterven, dan sterve ik met de Philistijnen!” 2)
Zoo vertelde mij in allen eenvoud en in volmaakte rust een trotsche vader.
Nog is de eenheid verre. Nog groepen de menschen veelal te zamen naar de landen hunner herkomst. En het mozaïek van verschijnselen, dat Palestina als eersten indruk aanbiedt, vertoont zich ook in de groepen en talen en gewoonten en gebruiken van het Joodsche volksdeel. Ook en nóg. Maar de scholen hebben reeds wonderen gedaan. En de Hebreeuwsche herleving is niet minder dan wonderbaarlijk. Is een feit. En onherroepelijk feit. Een weergaloos middel bovendien, dat als geen ander ten slotte de eenheid tot stand zal helpen brengen.
Sabbath en Feestdag en heel het Joodsch-traditioneele leven kunnen natuurlijk vooraan de Joodsche eenheid smeden. Wie naar Palestina trekt en daar Torah en Traditie volmaakt geconcretiseerd verwacht, zal zeker ontnuchterd terugkeeren. Wie gewoon is aan rozentakken slechts doornen te zien, vindt ook in Erets-Jisraël volop gelegenheid zijn kijk bevredigd te vinden. Maar met dit al, is er nergens ter wereld eenen Sabbath te beleven als in het Joodsche Palestina. Of — om met Struck
1
Spr. 3, 25.
2
Richt. 16, 30.