145
TERUGBLIK — AFSCHEID
duimbreed gronds voor duur geld gekocht moet worden. En eigenlijk niet eens verkrijgbaar is, maar voet voor voet bestreden wordt.
Neemt nu dezen maatstaf in de hand en gaat dan schatten, wat er tot stand is gebracht. Tot stand gekomen in eigenlijk niet meer dan vijf en twintig jaren. Het is, in absoluten zin, nog maar bedroefd weinig. Maar „het is wonderbaar in onze oogen”.1)
Ik ben er met u rondgegaan en heb het u laten zien. U laten zien, gewis, met mijne oogen. Ge kimt het waarschijnlijk ook anders zien .... Twee menschen staan er voor een doornstruik met mooie rozen. En de eene zegt schamper: „Verschrikkelijk, die doornen!” En de ander blijde: „hoe heerlijk, dat er aan die doornen zulke mooie rozen groeien”. Hij ziet de stekels, voelt de steken wel; maar verliest daarbij de schoonheid niet uit het oog. En vergeet het goede niet.
Er zijn reeds wonderen geschied in Erets-Jisraël. Nooit is het in de diaspora gelukt een Joodschen boerenstand te kweeken van eenigen omvang of beteekenis. Diar zijn ze gegroeid. Daar groeien de Joodsche boeren uit den verwaarloosden bodem, dien zij van woestenijen, tot cultuurland omtooveren. Zij maken den akker en deze herschept hen.
En zoo is het in de steden. Zoo is het in de dorpen. Zij bouwen huizen en worden ambachtslieden. En stedebouwers. Daar ontstaat een geslacht, dat wortelt in den grond en dat één wordt met het land. Een geslacht, dat trouw zal blijven aan
DE VRIES, Jood9ch Palestina. 10
1
Ps. 118, 23.