HOOFDSTUK XX TERUGBLIK. AFSCHEID
REEDS zie ik ginds de Adria in Zee op grooten afstand van de reede liggen, stil wachtend op de passagiers, die te Haifa aan boord zullen gaan. Ook ik zal onder hen zijn. En ik zoek nog steeds den juisten draad te vinden in het kluwen mijner ervaringen. En ik tracht nog voortdurend een éénheid te vormen uit al mijn indrukken. Het is me niet volkomen gelukt, zoolang ik nog in het Land vertoefde en ademde in zijn lucht. En zoolang zijn zon en zee mij met hun sfeer omgaven. Al wordt het oog niet spoedig zat van zien, noch ook het oor van hooren, toch komt er een moment, dat men nauwelijks nog in staat is, wat verder in zich op te nemen. En als dan niettemin de indrukken zich blijven opdringen, dan is het zeker onmogelijk zich los te maken uit de massa en zich te stellen boven de verzamelde stof, ten einde haar te overzien en in éénen blik te overmeesteren. Eerst later op een afstand heb ik mij rekenschap kunnen geven van hetgeen zich in mijn hoofd en hart had opgestapeld. Toen heb ik den maatstaf gevonden, waarmede ik al hetgeen ik had vergaard, ten slotte heb gemeten.
Natuurlijk legt niet ieder denzelfden maatstaf aan. Ik