141
RONDOM HAIFA
De groote Vastendag van Ab — Tisch'ah-be Abx) — staat voor de deur. Er volgt dan nog een Sabbath. En ik heb nog slechts een week. De tijd der tochten is voorbij. Schmidt kan naar Jerusalem terugkeeren. En hij laat mij als een dankbaar toerist achter.
Eigenlijk verlang ik, nóg eens Jerusalem te zien. Want het trekt me sterk en geheimzinnig. En achteraf verwijt ik me, dat ik dit heb nagelaten. Het is evenwel het zoo wat eenige zelfverwijt uit deze dagen. En ik durfde mijn krachten niet verder op een grootere proef te stellen dan strikt noodig was.
Haifa zelf biedt nog werk genoeg. Ik doe het langzaam rustig af. Scholen; instituten; bezoeken bij prominente personen; een en ander levert geen gezichtspunten meer op, die ik niet reeds verwerkt heb. Ik controleer mijn opteekeningen; maak de som mijner ervaringen en indrukken op; en vergelijk Ze en onderzoek ze in nadere gesprekken met andere reizigers, die ik vanzelf tref; en met tot oordeelen bevoegden, die ik opzoek.
Dat zal mijne slotbeschouwing zijn.
1) Riten en Symbolen I, 2e druk, Hoofdstuk 44.