—-We waren natuurlijk bar voorzichtig, ging ze verder, maar toen kwam Royaards en als die goed op stoot was, dacht hij aan niets anders meer. Hij- ging op een van die stoeltjes zitten, nee, hij liet zich erop neerploffen en de eerste aanval was raak. Al dadelijk brak er een poot af. Hij sloeg op de tafel en ging door het blad. Toen we een kwartier in het eerste bedrijf zaten, had hij het halve ameublement gemoerd!
De schater schoot door de studio.
■—• Wij hebben bij Royaards es een Hollands stuk gespeeld, vertelde een ander. De pers had weer om werk van eigen schrijvers gelamenteerd en hij dacht, dat hij er niet meer onder uit kon. ’t Was theetafel-gewauwel en de mensen liepen de zaal uit. Ik zie La Roche nog zo afkomen.
■—• Zo, zei die en hij veegde zich het zweet van zijn gezicht. Ik heb weer zestien lui de zaal uitgespeeld!
De volgende dag kwam de administrateur bij Royaards met een hele stapel kranten.
—• Hier is de pers, meneer, zei die een beetje benauwd, maar Royaards wuifde met zijn hand: Breng maar naar Zorgvlied, zei hij. En zeg ze daar maar: Het stuk komt morgen!
Ze lachten, ze spotten, ze daasden.
—-We gaan weer beginnen, dames en heren, zei de regisseur.
Ze begonnen. Het was een thriller. Wind. Kreten. Vreemde geluiden van kisten, die in de nacht over trappen gesleept werden. Angst en siddering.
— Je bent niet nerveus genoeg, zei de regisseur tegen Huib.
—■ Man, antwoordde die. Ik sta te trillen op mijn benen.
— Aan je benen heb ik niets. Ik moet het horen in je geluid!
—• Ik heb een nieuw bovengebit. Ik heb een beetje fluitende essen!
-— Dan moet je het laten bij vijlen. We gaan verder!