nomen, de regisseurs wisselden al naar de kleur van de uitzenddag. Ze noemden de plaats achter de tafel de W.C.: de een ging eraf en de ander ging erop zitten. Onnet.
Nu zat er een klein, nogal venijnig mannetje met een bril en een sterk Gronings accent, maar met een
paar kwaardaardig scherpe oren voor de dictie......
van anderen. In casu: acteurs en actrices.
— We gaan beginn’n, dames en heer’n, zei hij en ’t werd stil.
— Ben je zover, Jan?
De technicus knikte.
— Ja, zeg maar vijf seconden, antwoordde die, alsof ze al voor de opname stonden, maar toen schakelde hij de drie grammofoonmotoren in en zoemend begopnen de schijven te draaien.
—■ Begin ik op teken? vroeg Huib, die de eerste woorden had.
— Je krijgt het sein, klonk het antwoord door ,,de commando”. Opgelet! We krijgen eerst de muzikale inleiding, dames en heren. In de laatste maat hoor ik de stemmen van de mensen, die zitten te praten in de kroeg. Dan kom jij — op teken van mij, Huib — met „Hoogste tijd, dames en heren!” Begrepen?
Er kwam wel antwoord, maar volgens de regisseur niet voldoende. Hij kende dat. Ruim tien uur in de morgen. Te vroeg voor de meeste acteurs en actrices. Enkelen van hen hadden gespeeld de avond tevoren. Sommigen waren in de nacht uit de een of andere uithoek van het land gekomen met een tochtige bus of een rammelende auto. Ze waren er nog niet „in” en ze moesten er dus ingehaald worden.
— Ik wilde graag, dat alle mensen, die in de studio zijn, aan die kroegstemmen meededen, klonk het weer. Wil de verwarming even opletten, als het niet te veel stoort?
De „verwarming” dat was „de gevaarlijke hoek!” Bij de radiator in de rechter hoek van de studio zaten