Kijk, Milly, als wij getrouwd zijn dan gaan we een heel ander leven leiden dan jij en ik nu gewend zijn. Dan pas gaan we echt leven. Weet je nog, Han?
Hij knikte.
— En toen zei je er iets bij en dat was het. Milly, zei je, je moet meekomen. Je mag niet indutten, zoals mijn en jouw ouders ingeslapen zijn. Je moet mee en daar moet je net als ik je best voor doen, want als je op een dag niet meer meekan, dan weet ik, dan is het uit!
— Dat zei je en ik wist, dat je gelijk had. Ik moest mee, maar ik was er niet bang voor en ik ben er nooit bang voor geweest daarna ook. Maar vanavond had ik het om de een of andere reden en daarom ben ik opgebleven. Ik wou jou vragen: Bèn ik meegekomen?
—■ Maar mijn lieve meisje, wat is dat met jou vanavond? Wat broei je toch allemaal voor wonderlijke dingen uit? Kom nou, kom!
Milly keek zwijgend naar hem op. Er was iets on-derzoekends in haar ogen. Iets, dat er anders nooit was. Ze zei niets en Johan voelde de jacht in zich, die naar woorden zocht.
— Is er dan iets, dat jou opeens zo...... zo bang
maakt? vroeg hij toen, maar Milly schudde het hoofd.
—■ Nee, er is niets. Het is alleen maar de stemming.
— Maar die stemming is toch helemaal fout, kind. Nou ja, we hebben dat allemaal wel eens, maar jij hebt toch geen enkele reden om zo te zijn? Kom, nou! Jij bent toch mijn meisje, dat weet je toch!
—■ Ja? Werkelijk?
Haar gezicht was bleek en de vraag klonk weifelend. Zonder enig wantrouwen, maar ook zonder enige overtuiging.
—• Je bent moe, dat is het, besloot Johan. Ga naar bed, kindje en probeer te slapen. Morgen lach je om al de crazy dingen, die je je nu in je hoofd haalt.
— Ja. Goed. Ik ga naar bed.
Ze stond op, ging naar de kast, haalde daar de din