De fakir van de Prinsengracht

Titel
De fakir van de Prinsengracht

Jaar
1947

Pagina's
300



VERTAjLING VAN JIDDISJE EN BARGOENSE WOORDEN.

Jongens van de penoosse

versjteren

de poet

tippelen


vijf meyer ge-oetsten platstoter


penoosse


' nö dajeinoe jiddisj memme de jiddisjkat menoeche sores

de asjmedei

gebensjt

brooche

versjteerd

sjoumer

matzes

nesjomme

Peisech

nebbisj


—    zware jongens

—    bederven het geld

—    het langs de straat lopen van lichte vrouwen met de bedoeling een man op te duiken

—    vijfhonderd gulden

—    gefopten

—    een oplichter die zijn slachtoffers zo „plat” (medelijden) weet te „stoten” (praten), dat hij hem geld geeft

—    eigenlijk het jiddisje woord voor; handel In het bargoens: de onderwereld

—    nou, ook al goed

—    joodse moeder

—    het jodendom

—    rust

—    verdriet

—    Asmodée, de duivel

—    gezegend

—    zegen

—    bedorven

—    de joodse opzichter

—    Paasbroden

—    ziel

—    Pesach, Paasfeest

—    och, arme


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.