zuiver tegenover jou blijven staan, begrijp je wel?
— Ik had niet anders verwacht, dat weet je, lachte Johan.
— Allicht niet, maar dat doet aan het zuivere van het geval niet af. Moreel zou ik toch verplicht zijn je terug te betalen en dat zou me bij jou dwars zitten. Cheerio, heren!
— Ik heb een hoop van jou geleerd, Matje, zei Huib dankbaar.
— Als Johan wat nieuws bedenkt voor ons drieën, zal ik je nog heel andere dingen leren, beloofde Mat-theus. Doe je ’t Johan?
— Ik zal mijn best doen, beloofde die. En zacht herhaalde hij in zichzelf: Ik zal mijn best doen!
Amsterdam, November ’46 — Juli ’47.