— ’t Is goed, zei Johan. Je weet...
— Ik weet, bevestigde Matje maar ik verzoek de heren op de plek van onze stompzinnigheid met mij een minuut stilte in acht te nemen.
Hij nam zijn flambard af en legde zijn handen op elkaar voor zijn buik. Toen kwam er een man voorbij, die zacht zei: — Sigaretten. Heipalen! Players, Chesterfield, Pall Mali!
— Wat een tijd, lachte Huib.
— The weather is bad but the climate is still good, citeerde Matje tevreden. Overigens is het merkwaardig hoe het vulgaire mensdom je altijd stoort in je momenten van opperste wijding. Ik had net zo’n zuiver gevoel van dankbare menselijkheid. Daarginds is een kroegje. Mag ik de heren fuiven op een borrel?
Samen liepen ze op.
— Ik weet nog niet precies hoe, maar God zij dank is er altijd een verder, doceerde Matje. Wat jij, Johan?
Ze keken elkaar even aan. Johan knikte.
Matje wendde zich tot Huib: — Leen jij me even een tientje. Ik heb mijn geld thuis laten liggen.
— Ik toevallig ook, antwoordde de acteur en de ziener lachte.
— Ik betaal, zei Johan.
— Nee, protesteerde Matje, dat vind ik niet aardig. Ik heb jullie uitgenodigd. Jij betaalt niet. Laat ik dan het tientje van jou lenen, als het jou hetzelfde is.
— Het is hetzelfde, bevestigde Johan en Matje schaterde.
Ze gingen het café binnen. Toen de kellner de borrels gebracht had, schoof Matje zijn flambard achter op zijn hoofd, tikte Johan even op de knie en zei: — Van mens tot mens, Johan. Heb ik jou ooit bedonderd?
— Nooit, bevestigde de ander.
— Goed dan, kerel. Dan moet ik je nu waarschuwen, dat je dat tientje natuurlijk niet terugkrijgt. Ik heb er behoefte aan om je dat te zeggen, want ik wil