lenen? Het is voor zo’n goed doel! Hier ligt hij, hij kan niet anders. Geef brenger dezes het geld maar mee. Hij is net zo eerlijk als ik. Je doodzieke
Matje.
Johan nam een tientje pakte een stukje papier en schreef:
Mijn onvergelijkelijke platstoter,
Hier heb je een tientje! Ik weet, dat je nooit om geld vraagt, maar altijd leent, want lenen is niet strafbaar voor de wet. Twintig gulden is me teveel! Het tientje is een bijdrage in de kosten van je zeker grote geldelijke offers vragende ziekte. Denk eraan: dit doe ik niet weer! Tegen platstoten kan ik niet!
Johan.
Hij sloot het geld en het briefje in een enveloppe en gaf het aan de boodschapper.
— ’t Is de helft van wat hij gevraagd heeft, lichtte hij de man in. Je hoeft over de verdeling dus geen mot te maken.
— ’t Is in elk geval meegenomen, meneer, antwoordde de man die natuurlijk volkomen op de hoogte was.
De volgende dag, toen Johan op zijn dagelijkse contröletocht op weg was naar de Prinsengracht, kwam hij in de Raadhuisstraat Matje tegen, die breed lachte en met zijn flambard zwaaide.
— Ziekte weer over? informeerde Johan.
— Half, antwoordde de ziener. Je moet rekenen: een tientje is niet veel. Ga mee een borrel drinken bij Scheltema. Ik trakteer.
— Dank je. Ik heb pakjes rooktabak en een slof Players voor je in ontvangst genomen, ’t Is van die zwarte handelaar, die je zo’n prima advies gegeven hebt!