tief. Ze had voorgevoelens en ze wist, dat ze erin kon geloven. Ze kon zeer onrustig zijn soms als er iemand op bezoek zou komen. Omdat ze wist, dat op die komst ruzie zou volgen en onaangenaamheid. We konden tegen haar niet liegen, want wij wisten, dat zij wist. Ze zag ons. Zoals ik jou heb gezien. Altijd, Han, altijd.
Meen vooral niet, dat ik jou geïdealiseerd heb. Je bent een beetje ijdel en een boel met jezelf ingenomen. Je geeft soms wel eens de schuld aan anderen als je zelf fouten maakt, maar doen we dat niet allemaal? Ik heb je fouten altijd zeer goed gezien, maar ze legden geen gewicht in de schaal. Alleen heb ik soms moeten lachen. Heel voorzichtig en heel erg onzichtbaar. Geloof me: je hebt je fouten, Han, maar je bent lief en ik hou van je.
Wat is dit allemaal en Avaarvoor is het? Ieder mens denkt erover op zijn tijd en de een vindt wijze theorieën en de ander een vloek. Verder komen we geen van allen. De een zoekt zij n leven lang tevergeefs naar het antwoord op de simpelste vraag en de ander mat zich af in lange en dikke en zeer geleerde studies. Voor de simpele is alles simpel, voor de geleerde alles ingewikkeld. Nee, het is anders. Voor de geleerde is vaak erg gecompliceerd, wat voor de eenvoudige zo simpel is. Ik moet denken aan die professor van me, die al zijn berekeningen op college altijd maakte met zijn rekenliniaal. Het resultaat van die manipulatie schreef hij dan op het bord. Zo stond hij er een keer en in de loop van zijn redenering had hij al heel wat berekeningen op die liniaal geproduceerd. Toen moest hij plotseling in een formule het eindcijfer weten van de vermenigvuldiging twee maal drie. Hij nam zijn liniaal! We keken verbaasd en lachten. Hij merkte het niet maar schoof het metalen hokje diepernstig op en neer. Toen zei hij: — Dat is... dat is... Nou laten we maar zeggen... zes! Toen hebben we geschaterd en hij keek heel even verwonderd, Avant hij begreep nog steeds maar niet wat er aan de hand was! Als ik eraan