Hij moest afwachten en het beste hopen. Belt u straks nog maar even weer.
Hij legde de haak neer. Fien stond achter hem.
— Wat zeiden ze, meneer?
—-We moeten wachten, Fien. Wachten. En het beste hopen, zeiden ze.
Hij zat een hele tijd roerloos. Toen belde hij de krant op om te zeggen, dat hij die dag niet kon komen. Hij hoorde hoe Fien aan de deur de buren te woord stond, die kwamen informeren.
— Er valt niets te zeggen nog, hoorde hij haar antwoord. Fien was er al een beetje overheen en ze begon al min of meer te genieten van haar belangrijke rol. Toch een goed meisje, een goed meisje. Milly mocht haar graag. Lieve God, Milly! Milly dan toch! Wat moet ik, wat moet ik nu? Wachten, zei de dokter en het beste hopen. Wachten.
Hij stond op en ging naar zijn kamer. Daar vond hij op zijn bureau de brief. Hij schrok en bleef er eerst naar kijken zonder hem aan te raken. Toen nam hij de brief op en draaide de enveloppe rond en bleef weer zitten.
— Lieve God, zei hij zacht. Ik durf niet. Ik durf niet.
Hij ging terug naar de kamer en belde weer naar het ziekenhuis. Ze konden hem niets naders meedelen. De patiënte was nog niet tot bewustzijn gekomen.
Toen opende hij de brief.
Lieve Han,
Je moet dit niet als een aanklacht of een verwijt opvatten. Ik weet niet precies wat het wel is. Misschien is het alleen maar, omdat ik me eens wil uitspreken over die dingen, die me de laatste maanden en weken erg hebben beziggehouden als ik alleen was. Je weet: ik ben nooit erg praatlustig geweest, maar er zijn dingen, die je alleen niet kunt verwerken. Al