heb op de zetterij het bord laten maken, dat voor de deur komt te hangen.
—'Wat staat erop?
— Wegens ongesteldheid van Said Bey zijn de séances voorlopig geschorst!
— O. Jammer, zeg ik.
—■ En als de séances geschorst zijn, komt hier niemand van ons meer, Matje!
De ziener keek hem aan.
—'Van mens tot mens, heb ik je ooit bedonderd? Maar zuur blijft het!
Langs de grachten stonden de electrische lichtjes Van de lantarens onder de kappen, die op helmen leken. Van de brug van het Singel af scheen het alsof er guirlandes van lampen waren gehangen onder de zware kruinen der bomen langs het stille zwarte water, waarin de lichten zich spiegelden in een innige rust en een donkere romantiek tegelijk.
Johan passeerde de Heren- en de Keizersgracht. Toen liep hij door naar de overkant van de Prinsengracht. Hij zag het licht branden in de „boot” boven. Minna was dus thuis.
Recht tegenover het huis bleef hij staan. Tussen een der bomen en de kant van de gracht. Hij vroeg zich af wat hij wilde. Hij wist het niet. Hij keek en zag een schaduw gaan langs het raam. Hij voelde een schok in zijn borst en hij hoorde zichzelf hard lachen. Hij vloekte en liep verder maar na enkele tientallen meters keerde hij terug naar het punt tegenover het huis. Weer zag hij de schaduw en hij keek scherper. Niets! Toch bleef hij. Hij vroeg zich even af of iemand, die hem meende te kennen, zou kunrlen vermoeden, dat hij in staat was dit te doen: hier te wachten en te spionneren. Alleen om iets meer te zien en te constateren van het bedrog, om nog meer zichzelf te pijnigen en te bespotten met de waarheid, die hij al had moeten kennen in een tijd, waarin hij nog in