— Kij en uw man doet verkeerd, ik zie.
— Wat zegt u, meneer?
— Kij doet verkeerd. Kij u verzet en kij daardoor het vuur van de jitzerorre blaast aan. Ik zie uw zoon. Hij wil koed maar is zwak en als kij maakt ruzie om die vrouw kij maakt hem onzeker. Ik zal u keven een raad. Ik zie uw zoon en hij zal win maar kij moet houden op met kiften. Kij verstaat?
— Ja, meneer. U zegt het maar!
— Ik zeg, ja. Kij kaat naar huis en kij zegt tegen uw man: wij nu net doen alsof ons niet meer kan schelen die vrouw. Hij zal leren. Wij wachten en niet meer bemoeien ermee. Hij dan zich zal af vragen: wat is er en wat doe ik? Hij dan zal komen tot zelfonderzoek en kij misschien hebt een kans. Zo, ik zie. Kij kaat nu. Kij komt terug over drie weken. Een kulden!
— Ja, meneer.
De vrouw zocht in haar tas en diepte er haar por-temonnaie uit op. Ze betaalde en stond op.
— Kan ik u misschien ergens mee van dienst zijn? Ik bedoel met iets uit de zaak?
—■ Kij hebt rijst?
—~ Alleen op de kinderbon, meneer.
— Ik zie, kij hebt toch ook wel voor...
— Ik zal u een pond laten bezorgen, meneer, maar u mag er niet over praten!
— Ik niet praat nooit, maar ik graag eet rijst.
— Mijn man zal het er best mee eens zijn als ik hem vertel hoe u mij geholpen heeft. '
-Kij doet nu. Ik u wens het beste.
Ze ging. Ze was de laatste klant die avond.
— Sex, zei Matje met een lach. In de zoon staat het leven op en het tweede geslacht wreekt zich op pa van de rijst en de macaroni! Pa gaat naar bed met zijn zoete geld je en daarna met ma en bij het laatste denkt hij niet, maar de zoon speelt de christelijke ouderling,