Matje keek Huib plezierig en voldaan aan.
— Een gezellige boel hier, niet?
— Reuze! antwoordde de acteur.
— Die barkeeper is een goeie jongen, moet je weten, maar ja wat wil je?
—■ Een borrel maar, zei Huib.
— Ja. Soms loopt de gal over de lever en zo’n barkeeper is tenslotte ook maar een mens!
Eerst wilde Huib nog informeren of hij het zeker wist, maar hij zweeg en keek rond. Er zaten een paar lui, die hij kende. Een nogal overborrelde jonge dichter met wilde haren en erg tamme ogen en een journalist, waarvan men vertelde, dat hij ook aan de drank was. De journalist wuifde even naar Huib, blijkbaar om te bewijzen, dat hij alles nog wel goed zag en de dichter stak zijn tong uit.
— Ik zal je ’t leren, zei Matje en Huib informeerde beleefd wat.
— We hadden het er toch over hoe je facsimile’s kunt maken van brieven zonder fototoestel, herinnerde de ander hem en de acteur knikte.
Matje nam zijn borrel, dronk, kauwde en smakte toen.
— Krijg je nergens voor veertig cent, zei hij prijzend en ging toen instruerend verder: — In elke drogisterij kun je dat goedje krijgen waarmee je briefpapier doorzichtig maakt. Dan krijg je het effect van vensterenveloppen, weet je wel?
Huib wist niet recht meer hoe ze op dat onderwerp gekomen waren en het interesseerde hem ook niet, maar hij knikte en Matje ging verder: — Dat goedje is dadelijk droog en als je zover bent, neem je een drukraam, zoals je dat bij het maken van af druk j es van foto’s gebruikt. Je neemt blauwpapier, zoals architecten dat gebruiken en legt het zaakje in de zon. Na een ogenblik krijg je dan de brief keurig af gedrukt op je blauwtje in wit. Snap je? ’t Is doodeenvoudig. Verrek!