volgde hen. Ze gingen naar de Prinsengracht. Daar laadde hij haar uit, maar ze bleef staan wachten tot hij de chauffeur betaald had. Ze was beslist niet dronken, maar wel opgewonden. Ze droeg een doekje om haar hoofd, dat vergleden was en ze zag wat rood met uitspringende krulletjes. Daarop, dat was om vier uur negen en veertig, gingen ze naar binnen. Ik ben blijven wachten. Om de hoek was een kroegje, maar ik kon er niet binnen. Jammer. Ik heb een uur ruim gewacht. Toen was hij nog binnen. Ik ben weggegaan om vijf uur een en vijftig.
Matje stak zijn bloc-note in de zijzak van zijn jas en keek Johan grijnzend aan.
— De taxi kostte een gulden vijf en zeventig en de vertering twee gulden tachtig. Samen vier gulden vijf en vijftig! Verdere kosten zijn er niet. Laat ik aan meneers welwillendheid over!
Johan gaf hem een tientje, dat Matje lachend in zijn zak stak.
— Ze hebben natuurlijk een matinee, die twee, meende hij.
— Je wordt bedankt, zei Johan.
—■ ’t Is een lief kind, maar je moet bij haar in de buurt blijven, geloof ik, meende Matje nog te moeten waarschuwen. Ze is een beetje gesplitst, denk ik zo!
— Het ging om iets anders, zei Johan en Matje knikte: Het gaat altijd om iets anders, ouwe jongen, maar je bent mij geen verantwoording schuldig. De rekening krijg je wel. Ik ga me een beetje opfrissen, ’t Was al met al toch wel aardig. Je bent er es weer in na zolang! Maar in dat kind zit de jitzerorre! Niet gek, niet gek! Nee, ik vraag niks. Heb je gegeten?
—■ Ja.
—■ O, je ziet er anders nogal hongerig uit.
Johan bleef die avond tot ruim elf uur. Erbij was hij niet. Herhaaldelijk constateerde hij midden in de