waren mannen, die glurend zochten. Ze schoven langzaam voort en keken naar de stroom, die in tegengestelde richting passeerde. Soms draaide er een plotseling en mengde zich onder die van de andere zijde. Jo-han zag er een vlak voor hem, die hardnekkig trachtte naast een vrouw te komen, die niets merkend en niets ziend wandelde. Opeens was hij naast haar. Hij zei iets. De vrouw reageerde niet. Hij bleef. Geen resultaat.
— Stop maar, dacht Johan grinnikend, maar de man stopte niet.
De vrouw bleef staan voor een winkel. De man ook. Hij zei iets. Ze keek opzij, maar antwoordde niet. Opeens ging ze verder. De man volgde. Ze sloeg een der zij stegen in. Johan keek. Hij zag, dat de man haar inhaalde en dat ze samen bleven staan. Nu praatte ze wel!
— Verkeerd gezien! dacht Johan. De vent had gelijk...... Altijd leerzaam, altijd interessant! De man
had een rooie kop en de vrouw was nerveus. Zeker de eerste keer voor haar. Wat zei Barbusse ook weer? Och ja. En de hel loeit nog steeds.
Hij liep langzaam verder en opeens zag hij Minna aan de andere kant. Ze liep gearmd met een jonge man, die hij niet kende.
Johan voelde een plotselinge steek in zijn borst. Hij draaide zich om en volgde in de andere stroom. Hij zag Minna naar de man opkijken met „de” blik. Grote ogen, die van bewondering spraken en timide aanhankelijkheid.
— Verrek, vloekte Johan. Wat wil ik eigenlijk?
Maar hij liep door. Achter de twee. Met hen mee.
Hij zag hoe de jonge man in een portiek ging en daar een sigaret opstak. Hij kwam terug, sloeg even zijn arm om Minna, drukte haar tegen zich aan, liet haar weer los, terwijl ze weer met grote ogen naar hem opkeek en lachte. Ze greep zijn arm en deed lief.