Hoe vond u het concert? vroeg hij. Ik op mijn hoede
natuurlijk en ik antwoordde: Och, kijk...... En toen
kwam hij en wat hij toen zei heb ik nooit vergeten. Hij zei: Nou ja, i k lig niet op de loer naar een fout! Ik vond het mooi en da’s voor mij voldoende! Dat zei die en ja, daar heb ik later vaak nog aan gedacht.
Hij keek Johan even peinzend aan.
— Ja, jij, zei hij toen langzaam, jij met je......jour-
nalistenziekte-eomplex. Er zit iets in, zeker. Er zijn teveel lichte mannetjes aan de krant verschrikkelijk zwaar geworden. Pel de krant van ze af en er blijft niets over dan de zware gewichtigheid en dat is na de oorlog zeker niet veranderd. Vroeger had je op de tien journalisten één leerling. Nu heb je tien leerlingen met één journalist!
— Ja, dacht Johan: er zijn er teveel, die alleen maar proberen de traditie voort te zetten van de collega’s van voor de oorlog, maar ze vergeten, dat een groot deel daarvan het vak wel verstond. En ze vergeten ook, dat het publiek op dat punt toch wel een zeker onderscheidingsvermogen heeft.
— God zij dank is de krant van nu te klein, grinnikte de chef, maar tegelijk werd zijn gezicht weer ernstig. Misschien is het dat, zei hij, maar ik heb vaak het gevoel, dat het allemaal niet gaat om nu. Kort geleden vroeg een biscuitfabriek mij of ik een ontwerp wilde schrij ven voor een scenario voor een reclamefilmpje. Ik zei: Maar, mijn lieve man, er zijn immers haast geen biscuits te krijgen. Waarom moet je er dan reclame voor maken? En toen zei die zogenaamde pu-blicity-manager: Het gaat niet om nu! Het gaat om straks! Als de biscuit er w e 1 weer volop is! Geloof jij niet dat het bij de krant vaak net zo is ?
— Je bedoelt, dat ze daar ook hun politiek soms laten bepalen door......straks?
— Ja, zoiets. Er zijn symptomen, meen ik. Nee, de kranten worden pas goed als er geen advertenties meer in mogen!