Huib lachte: — Dat is zoiets als; de arbeider is zijn loon waard!
— Hij had nog iets aardigs: Toen we van elkaar gingen, zei hij: Als je nou es in de penarie komt te zitten, vader en je denkt wat mot ik daarmee? dan hoef je niet bang te wezen. Bij mij kan je altijd peniciline tegen een zacht prijsje krijgen! Eén spuit en een uur later is de kwaal over!
— En de dokters zitten te hangen om peniciline!
—• Ja, maar de zwarte markt heeft ’t en geeft ’t!
Er ging een vrouw voorbij en ze keek sterk. Ze passeerde langzaam. Matje kneep zijn ogen een ietsje dicht en lachte.
— Er zit wat in de lucht, meende hij.
— Een hele boel, bevestigde Huib. ’t Is een erg broeierige tijd! Vannacht sprak ik op de Kring een dokter en die heeft me zo het een en ander verteld. De vrouwen zijn roerig.
— Gelukkig wel, dacht Matje hardop.
— Die dokter zei, dat ze het erg druk hebben met de dames tegenwoordig. En als ze onderzocht worden, zijn ze vaak erg aanhankelijk. Dan gaan ze leunen!
— De vrouwen hebben in moeilijke aangelegenheden altijd steun gezocht. Wat zei die dokter verder?
— Mij niet gezien, zei die.
— Een nette man, prees Mattheus, een hele nette man onbeschjrieë! Wat een tijd, wat een tijd! Kellner, wat heb je te eten?