Trots keek de conducteur even rond en toen vervolgde hij: — Kijk, dat sit so, doames en here! De regering segt: Ik wat en jij wat en dan doen we soame heel wat en as je dat so bekijkt, dan kom je d’r! De koart kost een gulden. Vijftig cent is gewoon en de andere twee kwartjes benne sogesegd de opcente! Belasting betale we toch bijna niet en nou hebben we de kans te offere! Het is foor een goed doel. Wie ? Hier benne se. So fan de pers! Nieuw en lekker! Oranje is de kleur deze keer! Wie? U en u en u en u......
Hij verkocht. Men lachte, men schaterde, men nam en offerde.
—• Doames en here, hooggeachte kopers en clientèle, ik seg: de eerlijkheid duurt het langst en doarom heb ik een woordje te segge, want ik heb er geen geheim mee en het is sogesegd geen schande. De nieuwe aan-wesige weten het nog niet, moar d’r sit een stofzuiger aan foor mij en mijn frouw en d’r is niks hygiënischer in een nette woning dan stofgesoge en fersoameld met een nieuwe stofsuiger. Ik seg: Foor mij de stofsuiger!
En hij begon aan zijn tweede vers.
Toen de tram op het Damrak bij de Beurs was aangekomen, beëindigde de dichtende conducteur juist zijn derde zang.
—■ Hoeveel heb je ervan verkocht? informeerde Huib.
— Ik denk een tachentig ruim, antwoordde de man, die rood van ijver was en hij voegde erbij: Die kelère kelegoa hangt. Mijn de stofzuiger!
Huib sarong er af.
Het was lente, maar het leek zomer. Hij kreeg trek een terrasje te pikken. Vlak bij een van de kroegen zag hij Matje flaneren, die met glimmende oogjes naar de meisjes keek.
— Doe je mee aan een zitje? vroeg hij.
Ze streken samen neer aan het begin van het Damrak. Lekker, lui, voldaan. Langs hen golfde in kweb-