—■ Hoe bedoelt u? Ze dacht even na. Toen zei ze: Ja, meneer, zo is het.
— Als hij houdt van u, hij zal erom lach. Als hij niet kenoeg houdt, hij zal einde maak.
Ze keek hem bang aan.
— En wat zegt u, dat hij zal doen? Ziet u, ik......
ik wou niet graag, dat hij er een eind aan maakt. Hij ......hij is nu alles voor mij. Dat is echt over mij gekomen en ik kon er niets aan doen, dat moet u geloven.
Matje wachtte en keek voor zich.
—'Wat zal Joop doen, meneer, als ik hem de waarheid zeg?
— Wacht, antwoordde Matje en hij boog zijn hoofd zo diep, dat het bijna zijn armen, die hij voor zich op de tafel had gelegd, raakte. Plotseling richtte hij zich op.
— Ik zie Joop, begon hij. Hij een man en eerlijk meent met u. Ik zie en weet. Als hij zwak zou zijn en alleen maar zijn liefde zou zijn een tijdpasseer, ik zou zeg, vertel niets, het zal uit zijn. Maar hij niet is zo. Kij moet zeg hem de waarheid en hij zal weet, dat het maakt keen verschil.
— Ik heb geweten, dat Joop zo zou zijn, meneer. Ik dank u wel! Wat ben ik u schuldig?
—■ Een kulden!
— Mag ik......mag ik u wat...... meer geven? Ik
ben zo blij!
— Eén kulden is tarief. Niemand mag keef meer. Vanwege de sjoumer.
Ze schaterde en gaf dadelijk met enthousiasme de verklaring:
— Een sjoumer is een man, die met Peisech de matzes keurt in de fabriek. Op mijn nesjomme, u kan me geloven!
Matje voelde, dat hij zich vergaloppeerd had. Hij had de versleepte jiddisje man van de vrouw vergeten! Hij bleef roerloos en zei rustig: Een sjoumer is in die taal van de Oosten, de geest, die keurt de mens. Ik