heb haar eerst een paai- kiese vragen gesteld en toen ingedeeld bij de Rein-leven-beweging. Goed?
Hij lachte v eer: — .Als ze voor iedere keer, dat ze in een onvast bed was gerold een erwtje in de bus had gedaan, zou ze van de collectie zeker drie of vier keer erwtensoep hebben kunnen koken.
—■ De volgende lijkt me aardig, vertelde Huib. ’t Is een vrouwtje van ruim dertig, schat ik. Ziet er keurig uit. Goed verzorgd en zo. Heeft iets verlegens.
—■ Ben ik gek op, zei Matje grijnzend.
—• Verlegen is het woord eigenlijk niet, ging Huib verder. Meer: bang!
— O, kwam Mattheus een beetje teleurgesteld, dan zal het er wel weer een zijn van: merkt ie het ja of nee?
—■ Ik geloof het niet, dacht de acteur. Ik weet niet waarom maar hier zit iets om en aan.
— Als je maar niet denkt, dat ik dat „om en aan” eraf haal! Dat mag niet vanwege de standing van Jo-hans krant. Laat binnenkomen!
Huib liet haar binnen met de ware „Oosterse” plichtpleging. Gekruiste armen, diepe buiging en het geluid van een aantal onverstaanbare lettergrepen.
Ze ging zitten. Ze was aardig en de agitatie werkte mee. Haar ogen schitterden nerveus en haar adem ging een tikje ongeregeld.
— Lief, fluisterde Huib achter het gat.
Maar ze begon niet. Het had er even op geleken, maar ze had zich weer teruggetrokken. Ze was zeer nerveus en kon de woorden niet vinden.
Matje keek haar aan en bleef haar aankijken, terwijl zij zenuwachtig met een doekje frommelde.
Het duurde en duurde en het begon bijna angstig te worden.
— Het zweet breekt me uit, bekende Huib.
Johan schoof heen en weer en hij betrapte zich op de
neiging om iets te gaan schreeuwen, luid te trappen, in elk geval om iets te d o e n!
Toen doorsneed Matje de stilte.