Toen Johan de sleutel in het slot stak, stond Nigger reeds gillend achter de deur gereed voor de enthousiaste begroeting. Hij wrong zich al in de spleet toen de deur nauwelijks open was en hij blafte en schudde zijn hele achterlijf wild met zijn staart heen en weer.
— Goed, zei Johan, goed. ’t Is in orde! Af!
—■ Nigger heeft wat nieuws, vertelde Milly toen hij binnen was. Hij speelt nu voor beschermer. Hij heeft ontdekt, dat ik het niet goed vind als Justus aan de bloemen in die vaas daar op de kast ruikt, want hij heeft al eens een keer de hele vaas met de bloemen mee eraf gegooid. Weet je: de kat vindt het prachtig, dat de lange tulpen zo heen en weer zwiepen als hij er met zijn poot tegen slaat, maar dat spelletje is te riskant-Daarom heb ik hem eraf gejaagd, maar ik hoef het nu niet meer te doen. Als Justus op die kast springt en in de buurt van de bloemen komt, jaagt Nigger hem eraf. Dan gromt ie en als dat niet helpt gaat hij woedend blaffen.
Ze lachte.
—* Vanmiddag' had ie iets heel moois. Onbegrijpelijk eigenlijk. Je weet, dat Nigger en de hond van Meuwsen hiernaast dikke vrienden zijn. Met die bouvier kan hij uitstekend overweg. Vanmiddag waren ze met elkaar op het trottoir aan het spelen maar opeens had Nigger er blijkbaar genoeg van. Hij draaide zich om en liep de deur binnen. De bouvier wilde doorgaan en kwam ook binnen, maar daar vliegt die Nigger hem met een woedend geblaf en een nijdasserige grom regelrecht naar zijn keel. Ik heb de grootste moeite gehad om ze uit elkaar te krijgen.
Johan lachte en keek naar Milly terwijl ze redderde met het theegoed. Ze had haar houding volkomen ge-