gen, dat er in onze krant dingen gepubliceerd worden die niet met de waarheid overeen komen.
— Dus je verbiedt het uit ethisch-culturele overwegingen ?
— Zo ongeveer, ja.
— Dat is dan een motie van wantrouwen tegen mijn betrouwbaarheid als journalist.
— Je moet de dingen niet opblazen! Dat doe je op het ogenblik.
Johan stond op en ging zonder een woord. Op zijn kamer belde hij Huib op.
— Jij hebt dat huis niet alleen gezien, maar je bent er ook in geweest, niet?
— Ja. Wat zou dat?
— Jij kunt mij meer mensen aan wij zen, die daar ondergedoken gezeten hebben?
— O, ja, zeker nog drie of vier. Heb je misschien van die vrouw gehoord, dat je dat vraagt?
— Welke vrouw?
— Ik werd gisteravond opgebeld door Paula. Paula is de vrouw waarom het in dit geval gaat. Ze was doodsbang en ze vroeg mij of ik er niet voor kon zorgen, dat het geval van het bezoek van Rudi Heine niet gepubliceerd zou worden. Ik zei natuurlijk, dat ik daar niets aan kon doen en toen zei zij: Dan moet Henk het maar doen. Henk moet mij beschermen. Je weet wie Henk is natuurlijk: Wensink.
— En waarom doet die Wensink het dan?
— Omdat hij na het vertrek van de Gestapoman Heine een verhouding met die vrouw begonnen is, omdat hij nu van haar af wil en niet kan omdat hij doodsbenauwd voor haar is. Compris, mon cher?
Johan legde de haak neer. Dus netjes gezegd werd het lidmaatschap van de Persraad of hoe dat ding heten mocht, gebruikt om de eigen huid en het tere huidje van ex-vriendinnetjes tegen ongewenste publicaties en soortgelijke zaken te beschermen.
Hij ging naar de hoofdredacteur.