over wat er al of niet in de krant gepubliceerd zal worden.
— Als hij genoemd wordt, kan hij protesteren.
— Hij werd niet genoemd. Dat is het dus niet.
— In elk geval, beste kerel, kunnen wij dat tweede feuilleton niet publiceren.
— Maar mijn lieve God, je bent crazy, barstte Jo-han uit. Laten wij ons dan door een vent als die Wen-sink de journalistieke wet voorschrijven? O, wacht es even: Jij bent bang voor hem, vader! Die kerel is lid van de Persraad! Die heeft zeggenschap in allerlei beslissingen, die jou interesseren!
— Jou ook, antwoordde de directeur, die een beetje rood aanliep.
— Mij misschien ook, maar daarom geef ik hem toch niet het recht om mij te vertellen wat ik al of niet schrijven zal.
— Ik ben er tegen, dat het tweede feuilleton gepubliceerd wordt!
— Dat is regelrecht corruptie!
—■ Je gebruikt grote woorden, Johan. Ik zou je willen adviseren je wat te matigen!
— Maar, mijn beste kerel, dat is een schandaal! Bovendien heb jij als directeur geen recht om dit soort beslissingen te nemen. Dat doet de hoofdredacteur.
— Ik heb met Van der Heem hierover gesproken en hij is het volkomen met me eens.
Johan zweeg even. Dat schijthuis van een Van der Heem! dacht hij. Die trekt overal zijn tenen uit terug! Die knokt nooit!
— Ik zal het uitzoeken wat hierachter zit, zei hij na een ogenblik, en als ik het weet, zal ik het je komen zeggen. Het feuilleton kan morgen of overmorgen ook nog geplaatst worden.
— Het kan niet geplaatst worden, kerel, begrijp dat toch! En als je meent, dat het uit vrees is voor die Wensink en zijn lidmaatschap van de Persraad, zoals jij dat college noemt, vergis je je. Ik ben er alleen te