Even over elven liep hij met Matje op de Nieuwe-Zijds Voorburgwal.
— Heb je de gebroken kroon gezien? vroeg de ziener grinnikend. Die van het actie-comité contra JLin-gadjatti? De snor van meneer Gerbrandy is in actie en de progressieve K.V.P. suddert mee aan het potje, dat op het vuurtje staat. Ze hebben een affiche aangeplakt met een grote kroon. Die van het koninkrijk der Nederlanden! Jammerlijk gebroken door de verraders van het accoord, meneer.
— Niet gezien, zei Huib. Mooi?
— Prachtig! Moet je gaan kijken. Mokum is er weer bij geweest. De lui hebben er strookjes onder geplakt. Je hoeft geen zorg meer te hebben. Velpon lijmt alles! staat er op. Hierin, als meneer mij maar wil volgen.
Ze liepen een van de steegjes in tussen de Nieuwe-Zijds Voorburgwal en de Nieuwendijk. Even later opende Matje een deur.
— Doe gewoon, adviseerde hij.
Ze traden het logement binnen. Ze kwamen in een langgerekte zaal met een lage zoldering. Er was zand op de vloer gestrooid. Aan tafeltjes zaten hier en daar wat mensen te praten. Meest mannen. Slechts enkele vrouwen waren erbij. Dat waren getrouwde, vertelde Matje zacht, want als een vrouw niet bij een man hoorde, kreeg ze geen toegang.
— We zijn zeer zedelijk, zei hij met een zinnelijke lach.
Achter het kleine buffet zat in hemdsmouwen een grote, dikke man met een rood, glimmend hoofd en een wat sprieterige, blonde snor: Ome Ko, de baas en eigenaar van de inrichting!
Aan de spijlen boven naast hem hing, net als aan de buitendeur, een cartonnen bord waarop te lezen stond: „Slapen 50 cent!”
Langs de muur stonden hier en daar lange banken.