batteren, maar hij zag Johan dadelijk en kwam naar hem toe.
— Da’s lang geleden, dat ik jou hier gezien heb, zei hij. Kom mee. ’t Is erg gezellig. We hebben het over de Kunst van Morgen!
Johan keek. De Overkunstschrijver van zijn krant zat er. Huib knikte.
— Hij breekt alles af en dan lijmt hij van de brokken, die hij gekregen heeft, een nieuw geheel, snap je wel? Die kerels zijn verrekt lollig. Ze presteren niks, maar ze hebben een mening als een god van de Olympus en ze nemen zichzelf natuurlijk verschrikkelijk serieus. Behalve zij deugt er noppes.
Huib zweeg plotseling en keek Johan aan.
— Is er wat? Matje zou zeggen: je kijkt zo versjteerd. Wat heb je?
— De pest aan mezelf, antwoordde Johan. Laat me maar met vree.
Huib klopte hem op de schouder en ging. Johan bestelde zijn eerste borrel.