gaat! Ik ga naar Max en zeg hem, dat hij moet weggaan. Dadelijk!
Ze draaide zich om en Johan greep haar haastig bij de arm.
— Ben je gek? Ben je nou helemaal gek?
— Ja, op jou!
En weer sloeg ze haar armen om hem heen.
— Hou op, verzocht hij kwaad, toen ze hem weer ging zoenen. Hou op, zeg ik je! Wat wil je dan toch?
— Jou wil ik! Jou!
Ze zei het fel en kwaad en haar zoenen werden heviger.
— Als je je los maakt, ga ik schreeuwen, dreigde ze.
Toen — plotseling — liet ze hem zelf los en begon
hevig te huilen. Radeloos keek hij haar aan.
— Minna! Minna dan toch, probeerde hij te sussen.
— Begrijp je het? Nee, je begrijpt het niet. En als je alles wist, zou je lachen!
Ze keek hem weer zwijgend aan. Toen vertelde ze hem het hele verhaal. Van Max, die juist de ruzie met zijn vrouw had gekregen, omdat hij niet met haar kon slapen! Dat was ten gevolge van een ongelukje in zijn jeugd. Hij was een ongelukkige jongen, maar zij was met hem getrouwd. Ofschoon ze wist. Maar ’t was tóch mis gegaan natuurlijk. En nu ging ze op stap. Iedereen wist het, alleen hij niet. Totdat hij haar betrapt had en ze het niet meer ontkennen kon!
— Als hij wel gevaarlijk was, had ik het toch nooit
gedaan! Begrijp je wel, Han ! Dat begrijp je toch......?
Hij zei, dat het goed was.
— Kom je morgenavond?
— Ja. Goed.
— En heb je dan tijd?
— Ja... Ja.
Met moeite ontkwam hij. Toen hij op straat liep, had hij een gevoel van onrust. En ergernis.
— Als ik thuiskom maak ik vast ruzie, dacht hij.
Hij ging naar de Kring. Huib zat er druk te de