zei de man en Johan had niet kunnen zeggen wat hij ervan meende, maar moeder nam het ernstig.
— Net zo je zegt, knikte ze.
— De mens moet zo vrij zijn als hij maar kan zijn, meende vader.
—■ Ik weet niet of dat wel zo goed is, reageerde zijn vrouw en daarbij keek ze van Johan naar de jonge man. Tegelijk stond ze op: We gaan, vader.
— Ja, zei die en gaf een hand.
— Komen jullie gauw eens terug, inviteerde Minna, maar ze deed geen poging om haar ouders nog wat te laten blijven.
Ze liet ze uit en kwam weer terug met een lachje.
— Thee? vroeg ze en schonk tegelijk in. Vader is een schat en moeder een engel, deelde ze schenkend mee. Wat zijn jullie stil. Jij hebt helemaal geen woord gezegd, Max. Je bent toch wel een beetje onder de indruk, geloof ik.
Ze wendde zich tot Johan en lichtte hem in: — Max heeft ruzie gehad met zijn vrouw en nu wil hij niet naar huis. Hij blijft bij mij logeren vannacht!
•— Juist, antwoordde Johan en hij voelde, dat hij een kleur kreeg.
Hij stond op. Minna keek hem verbaasd aan.
— Ik zal ook maar es gaan.
—• Moet je zó gauw alweer weg?
— Ja. Ik heb tegen Milly gezegd, dat ik vanavond eens vroeg naar huis zou komen.
Minna keek hem even aan en hij had een gevoel van misselijkheid.
— Ik zal je even uitlaten, zei ze.
De jonge man gaf hem onverschillig een hand en liet zich weer in zijn stoel vallen.
— Je vindt het toch wel goed, dat hij vannacht hier blijft? vroeg Minna, toen ze op het portaal stonden.
— Allicht, antwoordde hij. Wat zou ik erop tegen hebben?