technische installatie en begonnen een zacht gesprek.
Geirriteerd draaide de regisseur zich om.
— Wilt u dat laten? Als u wat te bespreken hebt, doet u dat dan op de gang!
— Mag ik me even voorstellen? vroeg een van de
heren. Dit is meneer Vrede en wij ......
—■ Straks, zei de Groninger en zijn stem klonk hard in de microfoon: Nee, Huib, zo niet. Luister es even! Je wordt daar gepakt en dan verraad je de hele troep. Zover is het goed, maar dan komt pas wat belangrijk is: Ik ben er altijd tegen geweest, meneer! Ik heb er nooit wat mee te maken gehad en toen ik ontdekte wat het precies was, wou ik er dadelijk uit, maar ik kon niet!
— Je bedoelt, dat je datzelfde tegenwoordig nogal es hoort, zei Huib met een lachje, maar de regisseur lachte niet.
— Ja, dat bedoel ik. En die algemeenheid wik ik erin hebben, als je me de eer wilt aandoen om me te begrijpen! Zeg het nog es en dan met alle welwillendheid erin, die dit tuig in voorraad heeft tegenover de anderen zo gauw als het zaakje misloopt. Je hebt ze toch ook gekend, niet? Je kent ze toch nog? Ze hebben er toch geen van allen iets voor gevoeld, ze hebben er toch nooit iets mee te maken gehad? Over! Ja!
De scène „ging” opnieuw. Johan keek terzijde naar Vrede en hij zag de mond van de man kleiner worden in steeds feller geknepenheid.
— Stop, riep de regisseur. Als inspecteur Cleveland zegt: Ja, dat begrijp ik mijn jongen. Ik heb kameraden van jou, die in dezelfde omstandigheden verkeerden, nogal eens hetzelfde horen zeggen, dan moet ik daarin weer de algemene betekenis horen. In het werkelijke leven hebben ze ze niet gepakt, laten wij het dan alsjeblieft hier doen! Pik ze! En elke luisteraar moet begrijpen, dat ze gepikt worden! Over!
Over! Over! Over! Steeds dezelfde scène. Steeds voorzien van scherper en actueler commentaar! Vijf